|
|
 |
|
 |
|
persberichten
|
 |
| Afschaffing van Steunpunt Gelijke Onderwijskansen GOK zou een echt slecht signaal zijn! |
 |
Minister Pascal Smet slaat als startende onderwijsminister voor de tweede keer de bal mis:
1. Begin vorige week reageerde de minster als volgt op de berichten over de onderwijsachterstand van allochtone leerlingen: "De leerachterstand heeft veel te maken met de kennis van het Nederlands. Daar staat of valt echt alles mee".
2. Plus hij ontbood de drie directeurs van het GOK-Steunpunt wat later deze week op zijn kabinet en bevestigde aan hen de geplande stopzetting van de werking, met als reden een noodzakelijke besparing.
Nu, ten eerste zijn wij ervan overtuigd dat de kennis van het Nederlands belangrijk is voor een succesvolle schoolloopbaan. Maar niet alles is toe te schrijven aan de taalachterstand van deze allochtone leerlingen. Factoren zoals de integratie van deze leerlingen op school, hun soms slechte studieoriëntering, de appreciatie thuis, op school voor hun inzet, (kans)armoede tot omgevingsracisme spelen een minstens even grote rol.
Ten tweede met de huidige verharding van onze samenleving: Het gaat ons economisch wat moeilijker en de eerste die we hierin afstraffen zijn de sociaal zwakkere. Het opdoeken van het Steunpunt GOK zal de expertise van de minister betreffende de problematiek overigens niet verbeteren.
Wat verstaat men onder taalbeleid: Het beleid wil dat allochtone leerlingen zo snel mogelijk hun thuistaal achter zich laten en het Nederlands aanleren. Een taalbad wordt in dit verband beschouwd als de ultieme methode. Kenmerkend voor het taalbadmodel is dat de thuistaal van de leerling volledig wordt uitgeschakeld in het onderwijsproces: leerlingen worden ondergedompeld in het Nederlands, terwijl iedere communicatie in de thuistaal verboden is en vaak wordt gesanctioneerd.
De bedenking van enkele professoren: "Wanneer we na jaren van taalbaden blijven kampen met onderwijsachterstanden, wordt het dan niet tijd om de vanzelfsprekendheid van dat model in vraag te stellen? Het taalbadmodel is in conflict met een elementair pedagogische principe: voor een vruchtbaar onderwijs moeten de leefwerelden van de leerlingen aanwezig zijn binnen de schoolmuren. Het verbieden van de thuistaal vergroot de kloof tussen de thuiscultuur en de schoolcultuur.
Maar verhindert het spreken van de thuistaal effectief het aanleren van het Nederlands? Het tegendeel blijkt: internationaal zijn er meer dan 150 studies die aantonen dat het goed beheersen van de thuistaal een positief effect heeft op het aanleren van een tweede taal. De eerste resultaten van Vlaams onderzoek bevestigen dit.
Meertalig onderwijs kan verschillende vormen aannemen. Meertalige instructie is de meest voor de hand liggende optie. Dit kan variëren van een paar uren moedertaalonderwijs tot en met het aanbieden van aantal reguliere vakken in de thuistaal van de leerlingen. Maar meertalig onderwijs is niet enkel beperkt tot meertalige instructie. Wanneer een leerling bijvoorbeeld niet begrijpt wat een 'bijvoeglijk naamwoord' is, kan een klasgenootje ingeschakeld worden om een voorbeeld te geven in de thuistaal. Het principe blijft hetzelfde: in plaats van de thuistaal van de leerlingen uit te sluiten, kan deze actief worden ingeschakeld in het onderwijsproces.
Samengevat, we verliezen alle nuances wanneer we stellen dat 'alles staat of valt' met de kennis van het Nederlands. Zoals Steunpunt GOK altijd al heeft verdedigd, zijn taal en meertaligheid belangrijk, maar is er meer aan de hand dan 'taalachterstand'. Met zijn reactie bewijst Pascal Smet enkel dat hij en het onderwijs de expertise van GOK nodig hebben en dat het opdoeken ervan een heel slecht idee is." Tot zover de professoren.
Nu dit Steunpunt was vijf jaar lang een expertisecentrum dat leerkrachten en directies in heel Vlaanderen ondersteunde met het uitbouwen van een gelijke onderwijskansen- en taalbeleid. En de taalbaden waren dikwijls volzet en zo niet echt beschikbaar als men ze nodig had.
Minister Pascal Smet vindt dat de scholen hun GOK-beleid nu zelf wel kunnen voeren. Volgens hem is de tijd van 'studeren' voorbij en moet er nu gewerkt worden. Wat hij blijkbaar niet ziet, is dat er veel doeltreffender gewerkt kan worden als er ook nagedacht wordt. Het Steunpunt GOK 'studeert' niet, het voert onderzoek uit en zorgt voor praktijkgerichte ondersteuning in de scholen.
Beste minister, één punt hebt u, zo als het nu loopt kan het niet verder. Het GOK-beleid is immers nooit echt tot bij de uitvoerder, 'de leerkracht', geraakt, maar met het opdoeken ervan geef u een nog slechter signaal. Het moet dus beter gedaan worden, de intentie was er, maar er was geen controle op de effectieve uitvoering. Misschien kan men best dat kleine deel leerkrachten, die deze beleidsvisie nog steeds aan hun laars lappen, verplicht terug naar school sturen. Zo pas zal een minister via zijn inspectie kunnen aangeven wat de overheid echt belangrijk vindt! |
|
|
|